Seminarcyclus 2011

THE POWER OF BEAUTY

Schoonheid verlicht, schoonheid verleidt.
Rethinking Beauty in Architectuur en Design

In de afgelopen jaren is het debat over engagement in vormgeving en architectuur vooral vanuit maatschappelijke thema’s gevoerd zoals sociale cohesie, duurzaamheid, waardecreatie, mobiliteit, identiteit, ruimte etc. Ontwerpers binnen beide disciplines worden opgeroepen om oplossingen aan te dragen; oplossingen die veelal worden gezocht in de functionele kant van het ontwerp.

Met deze ontwikkeling lijkt de aandacht voor de esthetische kant van het ontwerp naar de achtergrond te zijn verdwenen. Op zich misschien een begrijpelijke reactie aangezien architecten en ontwerpers in voorgaande decennia alleen maar om het spectaculaire uiterlijk van hun ontwerp bekommerden, en weinig om de maatschappelijke context en haar gebruikers. Maar nu de starchitects en sterontwerpers op hun retour zijn en vorm als effect en spectaculaire ervaring niet langer PC is, wat betekent dat voor onze opvattingen over schoonheid?

Schoonheid verlicht, schoonheid verleidt belicht de twee uitersten waartussen schoonheid zich de laatste eeuw heeft bewogen: van verheffingsstrategie naar commerciële strategie. Maar is alles wat goed verkoopt, per definitie lelijk?

In de discussie over schoonheid lopen van oudsher de gemoederen hoog op. Niets is zo wispelturig en aan de tijdsgeest gebonden, zo blijkt uit Umberto Eco’s boek De Geschiedenis van de Schoonheid, als schoonheid. Niets lijkt ook zo verstrengeld met culturele, economische en sociale condities: enerzijds is ons schoonheidsideaal – en smaakoordeel – bij uitstek subjectief. Wat wij als mooi ervaren geeft aan wat wij van waarde vinden. Anderzijds zijn we kudde dieren die in vergaande mate beinvloed worden door collectieve mode en trends.

Schoonheid als commerciële verleidingsstrategie heeft ertoe geleid dat alles wat mooi is, verdacht is of als oppervlakkig wordt ervaren. Blijkbaar moet er iets gecamoufleerd worden. Gebrek aan inhoud of substantie? Om te overtuigen van duurzaamheid en degelijkheid kan een ontwerp beter lelijk zijn.

Door deze vercommercialisering is schoonheid als verlichting in de ontwerpwereld uit het zicht verdwenen. En bijna zouden we vergeten dat nog niet zo lang geleden generaties ontwerpers er hele andere ideeën over schoonheid op na hielden en geloofden dat de nabijheid van schoonheid tot betere mensen kon leidden. Maar wat is nu nog over van dit gedachtegoed? Bestaan er voorbeelden van geengageerd ontwerpers voor schoonheid een maatschappelijke functie heeft? Of misschien wel de oplossing biedt? En over wat voor een soort schoonheid gaat het dan?

Schoonheid verlicht, schoonheid verleidt neemt deze twee uitersten als uitgangspunt en gaat op zoek naar nieuwe opvattingen over schoonheid.

 

Beauty Enlightens, Beauty Seduces

Rethinking Beauty in Architecture and Design

In recent years, the debate around engagement in design and architecture has revolved mainly around social issues such as social cohesion, sustainability, value creation, mobility, identity, space, etc. Designers from both disciplines were asked to come up with solutions to problems in these areas; solutions related primarily to functionality.

This trend seems to have pushed any consideration for the aesthetics of a design into the background; and it is understandable given that in previous decades architects and designers were concerned largely with how a design looked – the more spectacular the better – leaving considerations of the social context and the end user to one side. But now that starchitects and designers have lost their allure, and appearance for the sake of it, for its effect and sensation, are no longer PC, what effect will this have on our conceptions of beauty?

Beauty Enlightens, Beauty Seduces examines the extremes between which our concept of beauty has oscillated over the last century, from it being a vehicle for enlightenment, to a commercial tool. From time immemorial, the discussion surrounding beauty has been a heated one. Nothing, it seems, is so fickle, or so firmly attached to the zeitgeist, as the way we conceive beauty, as Umberto Eco reveals in his book On Beauty — A History Of A Western Idea. And nothing is quite so bound up with cultural, economic and social conditions. On the one hand, our standards of beauty — and taste — are by definition subjective; what we consider to be beautiful indicates what we value. On the other hand, we are social creatures and greatly susceptible to collective fashions and trends.

By using beauty as a way to entice, as a commercial tool, it has become suspect, leading us to regard everything that is beautiful as superficial. It is almost as if beauty is hiding something, a lack of content or substance perhaps. Could it be that the only way to convince us of substance and sustainability in a design is to make it ugly?
In the world of design, commercialisation has led us to lose sight of beauty’s power to uplift. It is as though we have forgotten that not so long ago generations of designers had very different ideas about beauty, believing that exposure to beauty could make us all better people. But is anything left of this school of thought? Are there any contemporary designers who operate from the belief that beauty also has a social role? Or, perhaps, for whom beauty is the answer to the urban, social or for instance ecological problems encountered in the world today? And if so, what sort of beauty would it be?

Beauty Enlightens, Beauty Seduces takes these two extremes and employs them in a quest for fresh definitions of beauty. The programme consists of lectures and a debate in which thinkers and designers from both disciplines can offer their views on why beauty is important.

Curator/Moderator Christel Vesters

15 september 2011

Schoonheid verlicht, schoonheid verleidt

In het eerste deel van dit tweeluik, zoomen we in op de betekenis van schoonheid in de huidige designpraktijk. De internationaal gerenommeerde denker en schrijver Deyan Sudjic (momenteel directeur van het Design Museum in London) zal een lezing geven waarin hij uiteenzet hoe – vormgegeven – objecten ons alledaagse leven bepalen. Aan de hand van een aantal iconische en archetypische voorbeelden beschrijft hij hoe vormgeving in verregaande mate ons gedrag, ons denken en vooral onze emotionele relatie tot objecten bepaald, en de rol die ‘schoonheid’ hier in speelt.

Deyan Sudjic is directeur van het Design Museum in Londen. Voor zijn aantreden als directeur was Sudjic onder meer Dean van de Faculteit Kunst, Architectuur en Vormgeving aan Kingston University. Sudjic is medeoprichter van het designtijdschrift Blueprint Magazine t; en was hoofdredacteur van Domus. Hij publiceerde vele boeken en artikelen over architectuur en vormgeving waaronder The Language of Things: How We Are Seduced by the Objects Around Us (2008) en monografieën over Ron Arad, Rei Kawakubo en Norman Foster. In 2002 was Sudjic artistiek directeur van de Architectuur Biënnale van Venetië. De bijbehorende publicatie Endless City verscheen in 2008.

In the first module of a two-part event, we focus on the meaning of beauty in current design practice. The internationally renowned thinker and writer Deyan Sudjic (currently director of London's Design Museum) gives a lecture illustrating how (designed) objects define our daily lives. Using a number of iconic and archetypal examples, he describes the substantial impact that design has on our behaviour, the way we think and in particular the emotional relationship we have with objects; he also looks at the role played by beauty in this area.

Deyan Sudjic is director of London's Design Museum; previous posts included Dean of the Faculty of Art, Architecture and Design at Kingston University. Sudjic is co-founder of design magazine Blueprint and was editor-in-chief of Domus. He has published many books and articles on architecture and design including The Language of Things: How we are seduced by the objects around us (2008) as well as monographs on Ron Arad, Rei Kawakubo and Norman Foster. In 2002 Sudjic was artistic director of the Venice Architecture Biennale; the accompanying publication Endless City appeared in 2008.

Sprekers

Aldo Bakker


Deyan Sudjic


Verslag

Het begint met het hart

Schoonheid verlicht, Schoonheid verleidt

In het in 2008 verschenen boek Language of Things presenteerde Deyan Sudjic klinkklaar hoe onze relatie met objecten afgelopen jaren radicaal veranderd is. Niet langer gebruiken we de dingen om onze dagelijkse behoefte te bevredigen, maar we willen ons ermee omringen omdat we denken dat ze ons ‘betere’ mensen maken.  We stoppen ons huis daarom vol met nutteloze dingen en kopen producten om onze maatschappelijke status te bestendigen. Onze liefde voor de dingen is echter van korte duur; wat nu hip is, is morgen uit de mode en daarin schuilt het probleem, zo schetst Sudjic in de genoemde publicatie.

 

Sudjic, inmiddels directeur van het prestigieuze Designmuseum in Londen, gaf 15 september een lezing over dit thema in Utrecht.  In een goed gevulde zaal in de Pastoe fabriek legde hij de ruim 200 ontwerpers en architecten uit hoe ontwerpers in zijn ogen steeds meer storytellers geworden zijn. “Om hun verhaal te begrijpen moeten we kijken welke ontwikkeling de ontwerper en de dingen afgelopen tijd hebben doorgemaakt.”

Sudjic trok in een vogelvlucht door de geschiedenis waarbij hij vooral inging op de relatie tussen kunst en design. Daarmee raakte hij ook aan het overkoepelende thema van de lezingenreeks The Power of Beauty. “Wat we mooi vinden, heeft sterk te maken met onze maatschappelijke opvattingen en denkbeelden in een periode. Dit wordt mede bepaald door de technologische ontwikkelingen”, zo expliciteerde de museumdirecteur.  Zo organiseerde het Museum of Modern Art in New York  in 1968 een tentoonstelling The Machine as Seen at the End of the Mechanical Age waarbij machines werden verheerlijkt.

“Technologie, kunst, schoonheid en waarheid vormden toen een mooie eenheid”, aldus Sudjic. Ook Le Corbusier omarmde de moderne industriële maatschappij die met zijn heldere structuren duidelijke  waarheden  wist te verkondigden. In Vers un architecture riep Le Corbusier architecten op deze nieuwe technologische mogelijkheden in te zetten voor het maken van ‘ware’ architectuur. Een ultieme verheerlijking van het industriële leven vinden we ook bij de futuristen, die de snelle en mechanische machines vol ontzag  verbeelden in hun schilderijen.

Hoewel Sudjic met grote sprongen door de geschiedenis gaat is zijn verhaal helder. Wat we functioneel en mooi vinden hangt af van het perspectief van de gebruiker: een perspectief dat gerelateerd is aan de tijdsgeest maar ook simpelweg aan de manier waarop iets gebruik wordt. Sudjic: “ Een lepel die we cadeau doen bij een huwelijk heeft een compleet andere betekenis dan een lepel die je in het vliegtuig gebruikt om je magnetronmaaltijd te nuttigen. Dat heeft uiteraard ook met de prijs te maken, voegt hij er grappend aan toe.”

Hij wil er maar mee aangeven dat de retoriek van functionalisme (form is function) niet genoeg is om het succes, het gebruik en de taal van objecten te bepalen. “Kijk maar naar veel moderne apparatuur. “Onze TV is gereduceerd tot een plat scherm waar technisch weinig aan te verberen valt. Alles wat overblijft is het verfijnen van de hoekjes.”  Dat dit genoeg is om ons steeds weer nieuwe producten te laten kopen maakte Sudjic ook  duidelijk in de genoemde publicatie Language of things, waarin hij verhaalt over zijn eigen relatie met Apple computers. Hij vraagt zich hardop af hoe het komt dat hij in acht jaar tijd zes nieuwe laptops kocht. “Was die oude witte niet goed genoeg meer?” Uiteindelijk koopt hij desondanks de nieuwe matzwarte variant.

Dat brengt hem tot het punt waarop design zich kritisch verhoudt tot deze ontwikkeling: Design bites the hand that feeds it,  “We zien dat steeds meer ontwerpers zich de vraag stellen hoe ze moeten opereren in deze maatschappij en wat hun relatie met massaconsumptie is.” Antony Dunne and Fiona Raby, docenten aan de prestigieuze Britse academie RCA, startten daarom met het maken van Critical Design. Zij trachten met hun ontwerp voeding te geven aan het maatschappelijk debat. Met hun soms provocerende objecten proberen ze vragen te stellen aan onze omgang met techniek en massa geproduceerde goederen. Soms  agenderen ze ook  maatschappelijke thema’s door ze metaforisch in hun producten te verbeelden.  Zo ontwierpen ze een serie meubels voor angstige mensen. Sommige meubels  bieden de mogelijkheid om je er letterlijk in te kunnen verstoppen en een krukje in de vorm van een paddenstoel geeft letterlijk de angst weer voor een nucleaire kernramp.  “In plaats van deze maatschappelijke angsten te negeren, verbeelden ze juist de angst en daarmee geven ze richting aan het maatschappelijk debat”,  aldus Sudjic.

Overigens is deze kritische benadering al veel langer zichtbaar in design. William Morris, een van de pioniers van modern design en oprichters van de Arts and Crafts beweging in Engeland haatte de opkomst van machinale producties. Hij maakte zich in zijn leven dan ook sterk om het ambacht in ere te herstellen. Ook de anti-design beweging uit de jaren 60 bekritiseerde de functionele rol van het ontwerp.

Design ingezet als provocatie of als middel om er potentiële scenario’s mee te schetsen, schurkt dicht aan tegen wat de kunstsector van oudsher probeert te doen. Dujic gaat in zijn verhaal niet uitgebreid in op het onderscheid tussen kunst en design maar wil vooral opmerken dat design juist ook het imperfecte kan uitdrukken.

Toch zijn er ontwerpers die zowel in staat zijn om goede producten voor een breed publiek te ontwerpen als vragen op te roepen die datzelfde mechanisme aan de kaak stellen. In Nederland moeten we daarbij denken aan Hella Jongerius. “Zij maakt goede producten maar stelt ook vragen aan de massaproductie.”  Bekende ontwerpen van Jongerius zijn onder andere de ambachtelijk geproduceerde vazen die in grote series geproduceerd worden en onder meer bij IKEA te koop zijn.[1]

Sudjic: “We zouden hier het begrip mass customization op kunnen plakken. Producten die op maat gemaakt zijn, maar toch in een serie worden geproduceerd.” Dit is overigens iets wat we in de toekomst vaker zullen tegenkomen. “Digitale printtechnieken maken het mogelijk om op grote schaal unieke producten te maken. Je zou kunnen zeggen dat hierbij de techniek belangrijker gaat worden dan het object.”

Sudjic heeft hiermee helder uiteengezet hoe producten en de op technologie gestoelde maatschappij elkaar continu beïnvloeden en daarmee onze omgang met producten gedefinieerd. Toch leidt zijn verhaal niet tot een interactief gesprek met de zaal. Dat zal voor een groot deel te maken hebben gehad met de vorm van zijn presentatie. Zijn relaas werd voornamelijk  van papier gelezen en slechts sporadisch voorzien van beeldmateriaal.

Na de pauze wordt ontwerper Aldo Bakker op het podium geïnterviewd. Bakker is productontwerper en docent aan Design Academy Eindhoven. Met de vraag “Wat is schoonheid voor jou?” legt moderator Christel Vesters hem meteen het vuur aan de schenen. Met de poëtische woorden “Voor mij is schoonheid essentieel. Het is mijn motor, mijn motivatie en mijn toewijding”, redt Bakker zich daar echter uitstekend uit. Bakker heeft voor deze avond een selectie gemaakt uit beeldmateriaal dat hem inspireert en toont ook voorbeelden uit eigen werk. De beelden krijgen helaas weinig aandacht in het gesprek. Dat is vooral jammer omdat de beelden zo duidelijk Bakkers werkwijze lijken te onderstrepen. In zijn eigen woorden: “Het ontwerpen begint altijd vanuit het hart,  daarna volgt de reflectie. Het gaat er allereerst om je zintuiglijk aan een object te binden; hoe iets voelt, proeft, ruikt, dat zijn de essentiële vragen.”

Maakt hij dan niet meer kunst dan design, vraagt Vesters? “Wat ik belangrijk vind, is dat schoonheid een dieper niveau van begrip oproept. Daarbij zijn vragen als functionaliteit van ondergeschikt belang. Of ik daarmee kunst of design maak, vind ik onbelangrijk.”

Bakker laat zich niet vangen in het debat dat, zoals Sudjic al heeft laten zien, de designsector van oudsher bepaalt. “Zou jij werk van Aldo Bakker kopen?” Vraagt Vesters aan de museumdirecteur.  “Ik zou waarschijnlijk een van zijn eerste werken kopen, die hebben vaak de meeste museale waarde”, antwoordt deze diplomatiek. Dat hij echter duidelijk onder de indruk is van het werk van Bakker blijkt uit lovende woorden als  “het lijken wel juwelen.” Wie de achtergrond van de ontwerper, zoon van de befaamde ontwerper Gijs Bakker en sieradenontwerpster Emmy van Leersum, kent weet dat die opmerking hout snijdt.

Een architecte vraagt zich hardop af of de ontwerper zichzelf in de producten tot uitdrukking brengt. “ Ik zie jouw profiel terug in de werken.” Bakker lacht en benadrukt nogmaals dat hij zijn hart in het ontwerp legt. “Dat is de basisvoorwaarde voor schoonheid. “

Daarmee lijkt iedereen het eens.

 

Verslag: Danielle Arets

 

 


[1] Onlangs organiseerde het Boijmans van Beuningen nog een overzichtstentoonstelling van het werk van Jongerius onder de pakkende titel Misfits. Het centrale thema was hoe hoe Jongerius ambachtelijke imperfecties en individualiteit in industriële productiemethodes weet toe te passen (bron Boijmans van Beuningen).

 

U kunt een reactie plaatsen als u ingelogd bent.